Open Klas (OK):principe

(1) Tempo

De OK is er voor mensen die een “gemiddeld” (Wat is gemiddeld?) klastempo niet aankunnen: het tempo ligt in een klassieke klas of te hoog of te laag. Door op eigen houtje aan de slag te gaan werkt iedereen volgens zijn of haar eigen tempo. Gezien de OK gestoeld is op het behalen van competenties en ontdaan is van parafernalia, is er voldoende tijd voor de cursist om zich te concentreren op het te bereiken doel.

(2) Fundering

Mensen leren het best wanneer ze kunnen terugvallen op een stevige fundering. De enige fundering die een cursist heeft, is datgene wat hij reeds kent, inclusief de fouten die hij maakt. Wat er in een handboek of cursus staat, klaar om gedoceerd te worden, is voor vele cursisten, vooral voor traaglerenden, geen houvast.

(3) Open klas

De OK is een echte open klas. Cursisten hoeven zich niet te pletter te haasten om op tijd te zijn. Wie later komt, begint later. Wie vroeger komt, begint vroeger. Wie vroeger weg moet om de kinderen te gaan halen, die gaat vroeger weg. Wie niet kan komen vraagt twee of drie opdrachten om thuis te doen. Wie thuis extra wil werken, wordt hierin aangemoedigd.

In tegenstelling tot een klassieke, gesloten klas, moeten cursisten niets “inhalen” na afwezigheid. Wie een les afwezig was, gaat gewoon verder met datgene waarmee hij of zij de laatste keer bezig was. Elke cursistenmap is anders: er zijn geen twee cursisten die dezelfde leerstof zien (ze oefenen wel dezelfde basiscompetenties). Geen enkele cursist moet tijdens zijn of haar afwezigheid zich schuldig voelen dat hij of zij niet in de les aanwezig is. In een gesloten klas, geeft de leerkracht verder les: de afwezige cursisten moeten het later maar bijbenen door te kopiëren van een collega, door naar de extra les te gaan of gewoon door wat “sneller en op eigen houtje” te assimileren in de hoop dat het wel allemaal goed komt. In de OK bestaat die situatie niet. Vooral voor de trage leerders is dit een zege.

(4) Feedback

In de OK krijgt de cursist meteen feedback na een geleverde prestatie. Zo kunnen zij in dezelfde les zich remediëren. Afgewerkte taken blijven niet liggen tot de volgende les. De remediëring spitst zich onmiddellijk toe op datgene waarmee de cursist op het moment zelf bezig is.

(5) OK en B1

Wie zich inschrijft voor 2.1/2.2 en sneller klaar is, kan verder werken aan de competenties voor 2.3/2.4. Voor snelle leerders is het in theorie mogelijk om in 1 module dubbel zo snel te werken. Dat betekent een reële tijdswinst voor hen die een attest B1 willen behalen om zich in te schrijven voor een stage of een opleiding bij de VDAB of om werk te zoeken. Omgekeerd kan ook: cursisten die zich inschrijven voor 2.1/2.2 en meer tijd nodig hebben, schrijven zich op het einde in voor dezelfde module: de behaalde competenties nemen zij gewoon mee en ze werken verder aan de competenties die nog niet (voldoende) behaald zijn.

(6) Personalisering

Van in het begin spreken en schrijven cursisten over hun eigen leefwereld. Cursisten die snel weten wat ze echt willen, krijgen de ruimte om aan die nood te beantwoorden. Zo zijn er cursisten die snel aan het solliciteren gaan omdat op dat ogenblik dat hun grootste noodzaak is. Sommige cursisten hebben dank zij de OK een sollicitatiegesprek in de wacht kunnen slepen en sommige cursisten vinden ook daadwerkelijk werk.

(7) Zelfstandig leren

Het is de bedoeling dat cursisten zelfstandig Nederlands leren in de OK. In 2.1/2.2 leren ze zo vlug mogelijk een aantal tools gebruiken op de pc waardoor ze de kans op beter Nederlands verhogen.

(8) Doe-het-zelf

Vanaf 2.3/2.4 zijn de cursisten op zichzelf aangewezen en moeten ze hun eigen traject uitschrijven. In 2.1/2.2 maken de cursisten gebruik van een bestaand archief, maar zij die willen kunnen hun eigen materiaal aanbrengen. In de OK is het internet hun bibliotheek, de computer is hun werkinstrument. Dit maakt dat wat de cursisten gebruiken in de klas een grote verbondenheid heeft met de reële leefwereld buiten de school.

(9) Leraar coacht

De leerkracht is diegene die wijst op de dingen die goed gaan en die verbetert daar waar moet, die bijstuurt en die coacht. Hij is geen docent maar een onder-wijzer: de leerkracht staat onder/tussen de cursisten en wijst hen de weg. De cursist is diegene die die weg moet afleggen om te leren. De leerkracht helpt daarbij.

(10) Rollen en domeinen

Geleidelijk aan moeten cursisten ook weten wat ze willen. Tijdens de module 2.1/2.2 moeten zij zelfstandig hun functie in de maatschappij kunnen bepalen en datgene leren waar ze behoefte aan hebben. Geen enkele leerkracht kan dat in hun plaats doen.

(11) Evolutie 2.1 - 2.4

Alle cursisten komen uit een traditioneel leerpatroon: de leerkracht stond in hun school vooraan en wist beter dan wie ook wat de leerling nodig had om te slagen (in de maatschappij/voor een examen). De OK draait net de rollen om: het is de cursist die weet wat hij nodig heeft en de leerkracht biedt ondersteuning. Deze ommekeer is voor veel cursisten revolutionair en zij hebben vaak een groot deel van de module nodig om hieraan te gewennen. Eens zij inzien dat zij zelf de touwtjes in handen moeten en mogen nemen, evolueren zij snel. De leerstof is geen keurslijf dat hun ontwikkeling belemmert. Op deze manier worden volwassenen als echte volwassenen behandeld.

(12) Zelf-evaluatie/peer-evaluatie

Cursisten worden aangemoedigd samen te werken en mekaar samen op weg te helpen. In de loop van de module en zeker eind B1 moeten zij ook volledig zichzelf kunnen evalueren: waar sta ik, wat zijn mijn sterke punten, wat zijn mijn werkpunten? Samen met de leerkracht moeten cursisten bepalen hoeveel hun Nederlands geëvolueerd is.

(13) Ondersteunende kennis

Het is logisch dat ondersteunende kennis en vaardigheden (woordenschat, grammatica, uitspraak) dienen om de cursisten verder te helpen om de beheersing van het Nederlands te verbeteren. Deze vaardigheden worden aangeboden op vraag van de cursist.

(14) Verder dan Freinet

De OK is het Freinet-principe op de spits gedreven. Het is de meest doorgedreven personalisering in het NT2-onderwijs. Naar de toekomst toe zou de OK een inspiratieplatform kunnen zijn voor de basisscholen en secundaire scholen in Vlaanderen en daarbuiten.

  • Leo De Clercq, MA
  • Mede-oprichter OpenKlas 2.1/2.2 en individueel leren,
  • Encora,
  • Antwerpen, België
  • NT2 leerkracht/coach